Salar de Uyuni

Salar de Uyuni
Donderdag 16 september 1999

Een koud westernstadje

Uyuni is een vreselijk koud oord. Vertel een willekeurige Boliviaan dat je naar Uyuni gaat en hij zal met geril reageren. Het ziet er uit als een westernstadje, met louter vierkante huizenblokken die worden gescheiden door veel te brede stoffige straten. Op de hoofdweg door Uyuni kunnen gemakkelijk vier auto’s naast elkaar rijden, in beide richtingen rijden. Op de weg wordt vooral gewandeld en gefietst. Het gemotoriseerde verkeer rijdt voorzichtig en claxonneert veelvuldig om de wandelaars en fietsers aan te sporen om opzij te gaan.

Na aankomt met de nachttrein strijken we neer bij een restaurantje voor ontbijt. We zijn de enigen in het restaurant, maar toch weten de twee meisjes die er werken alles in het honderd te laten lopen. In plaats van de bestelde koffie en broodjes jam wordt alleen koffie geserveerd. De jam is op. We attenderen het meisje op een winkel vlakbij waar ze jam verkopen en waarachtig, ze gaat het restaurant uit, pakt haar fiets en komt terug met een pot jam. Het fruit dat op het menu staat is er ook niet, uiteindelijk worden twee schijven ananas uit blik in een bakje geserveerd. Een hamburger is van binnen niet gaar en wanneer we vragen om hem beter door te bakken, denken ze dat we nog een hamburger willen bestellen.

Bij het afrekenen moet ik twaalf bolivianos betalen, maar ze hebben geen wisselgeld voor mijn briefje van twintig. Als ik tien betaal vinden ze het ook goed. Ik heb de indruk dat dit een spookrestaurant is, eentje waarvan het niet de bedoeling is dat er gasten komen. Op een enkel groepje verdwaalde toeristen na dan, die meer entertainment dan eten krijgen voorgeschoteld.

Zout tot aan de horizon

In een eigen terreinauto met chauffeur Marino en kokkin Hilda rijden we Uyuni uit. Direct buiten het stadje begint een vlak woestijnachtig landschap van zand en stenen, met struikjes tot maximaal kniehoogte. Al na een halfuurtje steekt Marino zijn hoofd door het open raam, hij hoort iets rammelen wat niet hoort te rammelen. We stoppen en Marino inspecteert de auto. Een van de ophangijzers van het reservewiel blijkt los te zitten en over de grond te slepen. Marino trekt z’n overall aan en kruipt onder de auto om de boel te repareren met een soort snelbinders en het padvindersmes van René. Het is zo gepiept en het is een geruststellende gedachte dat de twee terreinauto’s die ons intussen passeerden beide even stopten om te kijken of ze hulp konden verlenen.

autopech onderweg naar Salar de Uyuni, Bolivia

Na het passeren van een grauw zoutarbeidersstadje rijden we de zoutvlakte op. De zonnebrillen moeten op, het witte zout weerkaatst het felle zonlicht genadeloos. Aan de rand van de vlakte liggen hoopjes zout, keurige kegeltjes die bij elkaar zijn geharkt door de zoutarbeiders. Tussen de zouthoopjes is een enkeling aan het werk, een nieuw zouthoopje aan het maken. Ze werken alleen, met hun fiets tegen een nabijgelegen zouthoop gestald. Iets verder op de zoutvlakte ligt het hotel Playa Blanca, dat in z’n geheel is opgetrokken uit zoutblokken. De muren zijn van zout, het meubilair is van zout, alleen het dak is van riet en de dekens zijn van lamawol. Het is een echte toeristentrekpleister, voor twintig dollar per nacht kun je hier slapen, voor Boliviaanse begrippen een ongekend hoog bedrag.

Ojos de Salar op de zoutvlakte bij Uyuni in Bolivia
hotel Playa Blanca op Salar de Uyuni in Bolivia

Cactuseiland

Midden in het zoutmeer ligt Isla Incahuasi, waar we gaan lunchen. Net zoals een echt eiland boven het wateroppervlak uitsteekt, zo steekt Isla Incahuasi boven het zoutoppervlak uit. Het is een bijzondere gewaarwording om op een eiland af te rijden. Marino parkeert de terreinauto aan de rand van het eiland en te voet betreden we het eiland vanaf het zout. Jezus, lopen over water, daar lijkt het op. Ik loop een rondje over het eiland, naar de top en via een ander pad weer terug. Het hele eiland is bezaaid met metershoge cactussen, die tegen de helderwitte achtergrond van het zoutmeer overweldigend mooi zijn. Dit kan niet, dit is onnatuurlijk, cactussen in een sneeuwwit landschap. Wat hebben cactussen hier te zoeken, op bijna vierduizend meter hoogte?

cactuseiland Isla Incahuasi op de zoutvlakte van Uyuni in Bolivia
'kustlijn' van Isla Incahuasi, Bolivia
cactusiland Isla Incahuasi op de zoutvlakte van Uyuni in Bolivia

Over de zoutvlakte en door de droge bergen rijden we door naar San Juan, een van God en de wereld verlaten dorpje. De huizen hebben dezelfde kleur als het zand eromheen. Wat een mens hier te zoeken heeft is mij een raadsel, maar voor de mensen die hier wonen zal het een raadsel zijn wat ze elders te zoeken hebben. ’s Ochtends vroeg vertrekken ze met een schep achter op de fiets naar de landbouwgronden op de heuvels rond het dorp en ’s avonds komen ze moe maar voldaan weer terug. Wat die rare toeristen hier komen doen, dat is pas een raadsel. Elke dag weer komt er een nieuw groepje langs. Ze eten hier, ze slapen hier, ze maken een rondje door het dorp en ze vertrekken weer.

San Juan op de Altiplano in Bolivia
kerkje in San Juan op de Altiplano in Bolivia

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *