Maandag 20 september 1999
Vermomming
’s Ochtends moet ik me melden bij de geheime dienst. Liesbeth gaat met me mee, handig als tolk. In ruil voor onze paspoorten laat de portier ons het gebouw binnen en zoals afgesproken ga ik naar het kantoor waar ik eerder ben ondervraagd, oficina número siete. We worden er uitbundig verwelkomd door een man die ik pas na het handen schudden herken als de onopvallend geklede man. Vandaag heeft hij een bril op en z’n haar is anders gekamd, maar hij is wel weer onopvallend gekleed. Hij vertelt dat de foto’s en negatieven er niet zijn, ze zijn opgestuurd en als ze terug zijn zullen ze in de archieven van de geheime dienst worden bewaard. Hij bedankt me vriendelijk voor het bezoek en ik ben weer vrij om te gaan. Binnen twee minuten staan we weer op de stoep van de geheime dienst. Zonder foto’s. Ik vind het best zo.
Heksenmarkt
Waar ik op de dag van vertrek naar Uyuni was blijven steken, struin ik verder door de straten van La Paz. Echte toeristische hoogtepunten zijn er niet. Misschien Calle Jaén, een klein wandelstraatje waar de koloniale gebouwen netjes zijn gerestaureerd. De ongerestaureerde koloniale bouwwerken in de rest van de binnenstad vind ik minstens zo mooi. De pastelkleurige verf is afgebladderd, het houtsnijwerk van de hangende erkertjes afgesleten en vanuit de gebouwen hangt een wirwar aan elektriciteitsdraden naar soortgelijke gebouwen aan de overkant van de straat. Doodzonde natuurlijk, desalniettemin op een eigen manier aantrekkelijk.
Het is vooral de levendige sfeer waardoor het heerlijk is om rond te dwalen in de smalle straatjes van La Paz. In kleine kraampjes wordt klein grut verkocht, sigaretten en snoepjes per stuk. Schoenpoetsers zetten hun klanten op een hoge troon, met een afdakje tegen de felle zon. Met name voor bankgebouwen zitten mensen achter ouderwetse typmachines op straat om hun diensten aan te bieden. Bij hen kun je formulieren laten invullen of complete brieven laten uittikken.
Op de heksenmarkt verkopen inheemse vrouwen vanuit hun piepkleine stalletjes raadselachtige spullen, poppetjes en poedertjes, alles in het teken van het bijgeloof. Mijn stoere plan was om een lama-embryo mee naar huis te nemen om onder de voordeur van m’n nieuwe huis te begraven, dat brengt geluk. Bij het zien van de gedroogde foetussen schuif ik het idee snel opzij. Ze zijn groter dan ik dacht, zeker zo groot als een volwassen onderarm en dus lastig heelhuids mee te nemen. Ik durf het eigenlijk ook niet, mag ik dit wel meenemen over de grens? Door mijn avontuur bij de geheime dienst ben ik een stuk voorzichtiger geworden.





