Vrijdag 3 september 1999
Kruisje
Het vliegtuig staat aan het begin van de startbaan. Als het toerental omhoog wordt gejaagd slaat de steward die schuin voor me zit een kruisje. Dit is Avianca, de Colombiaanse nationale luchtvaartmaatschappij, op weg van Parijs naar Bogotá. Een vlucht van 11 uur en 20 minuten, zo kondigt de omroeper aan. De eerste uren vermaak ik me met de veiligheidsinstructies, hapjes en drankjes en een filmpje over de route die we afleggen. En ik breek mijn hoofd over de steward die het kruisje sloeg. Met z’n grote onschuldige ogen, guitige lach, Spaanse accent en overdreven motoriek doet hij me denken aan iemand uit een tv-serie. Wie uit welke tv-serie wil me maar niet te binnen schieten. Na het entertainment probeer ik tijdens de vlucht een beetje te slapen. Dat lukt natuurlijk niet, het is pas het begin van de avond en op een vliegtuigstoel zit altijd wel één lichaamsdeel klem.
‘Welcome to Colombia’, staat op het bord in de aankomsthal in Bogotá. De hal is groot en leeg maar vooral kraakhelder. Zelden zo’n glimmende vloer gezien, nergens valt een lijntje stof op te snuiven. Voor de paspoortcontrole staat een batterij uiterst vriendelijke militairen klaar. Van iedereen moet de tas open en wordt de inhoud gecontroleerd en iedereen wordt gefouilleerd. Bij mij moet de tas twee keer open, bij verschillende militairen. Ik onderga de procedure als een warme douche, zo vriendelijk gebeurt het.
Vermist
Tussen de wachtenden voor de vlucht naar Lima staat een groepje mannen in pak. Eén ervan heeft een bekend gezicht. Het is Pérez de Cuéllar, de vorige secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Hij staat gewoon tussen de overige reizigers te wachten op de lijnvlucht, direct achter me. In het vliegtuig blijkt er wel degelijk verschil. Hij neemt plaats in de leren zetels van de eerste klasse, ik loop door naar de stoffen stoelen van de toeristenklasse.
Als allerlaatste krijg ik de benodigde stempels in m’n paspoort om Peru te kunnen betreden. Bij de bagageband blijkt dat m’n rugzak is er niet. Die van René en Monique zijn er ook niet, alleen de rugzak van Gerhard heeft dezelfde weg afgelegd als wij. Liesbeth, de reisbegeleider die ons op het vliegveld staat op te wachten, kan meteen aan de slag. Er moeten formulieren van vermissing worden ingevuld. Als ik mijn naam invul is er bij de beambte een vlaag van herkenning. De naam heeft hij eerder gezien en er wordt een groot boek bijgehaald. Nee, mijn naam staat er toch niet in.


