Donderdag 23 september 1999
Niet van hier
Cuzco is een stad die bij mij gemengde gevoelens oproept. Het centrum is schitterend, met een groot Plaza de Armas. Aan het plein liggen een kathedraal en een grote kerk en het wordt verder omsloten door sfeervolle zuilengalerijen met winkeltjes. In de oplopende straatjes rondom het plein liggen nog meer winkels en restaurants, grotendeels in wandelgebied. Het is allemaal super-Spaans-koloniaal en daar wringt het. Want Cuzco was de hoofdstad van het Inca-rijk. Daarvan is niet veel meer over dan wat muren van perfect tegen elkaar liggende stenen. Muren die gebruikt zijn als basis voor de nieuwbouw van de Spanjaarden. Het is een fraaie binnenstad, maar de binnenstad is niet van hier.
Het centrum van Cuzco lijkt ook niet bedoeld voor mensen uit Cuzco. De stad staat in het teken van het toerisme, met overal hotels, excursiebureaus, restaurants en winkels. Alles wordt keurig schoongehouden, elke avond gaat de schoonmaakploeg rigoureus door de binnenstad. De mensen uit Cuzco zijn vooral in het centrum ten dienste van de toeristen. De sfeer in de binnenstad is aangenaam, maar de sfeer is niet van hier.
Coricancha
Van de Inca-overblijfselen die in Cuzco nog te vinden zijn is de tempel van Coricancha de belangrijkste. Om de restanten van Coricancha te bezichtigen moet je wrang genoeg in het klooster van Santo Domingo zijn. Het klooster is namelijk gebouwd op de muren van de Inca-tempel.
Rond de binnenplaats van het klooster zijn de gebruikelijke zuilengalerijen, met donkere Christelijke afbeeldingen aan de muren. Twee tegenover elkaar gelegen zuilengalerijen hebben geen achterwand. De ruimte achter deze galerijen is dieper en daarin bevinden zich enkele goed bewaard gebleven Inca-tempelruimtes. Eén voor verering van de zon, één voor de maan, één voor de regenboog. De Inca-muren zijn opgetrokken uit grote rechthoekige stenen die naadloos op elkaar aansluiten. Hier geen veelkantige stenen zoals je elders in Cuzco wel ziet. Rechthoekig werd door de Inca’s esthetischer bevonden en daarom vooral bij tempels toegepast.
In alle rust wandel ik door het katholieke klooster met zijn Inca-tempelkamers, er zijn merkwaardig genoeg nauwelijks andere bezoekers. Door de raampjes van de Inca-tempelkamers zie ik de zuilen van het binnenplein en door de zuilen van het binnenplein zie ik de Inca-tempelkamers. Het zijn de restjes van het ooit imposante tempelcomplex van Coricancha, waarvan de muren letterlijk met goud en zilver waren bedekt. Dat alles is door de Spanjaarden met de grond gelijk gemaakt. Goud en zilver zijn gebruikt voor het financieren van Europese oorlogen en de stenen zijn gebruikt om in Cuzco Spaanse bouwwerken neer te zetten. En de restjes van Coricancha die nog over zijn, worden nu gekoesterd binnen de muren van een katholiek klooster.
Het Laatste Avondmaal
Tegen de kathedraal aan het Plaza de Armas zijn links en rechts twee kerkjes gebouwd. Meer dan in andere kerken en kathedralen is er hier sprake van een dubbele moraal. In de rechterkerk, El Triunfo, loopt een trapje naar beneden, naar een grafkelder. Vijf bij vijf meter zal de kelder ongeveer zijn en het enige wat erin staat is een mooi zilveren kistje in een nis recht tegenover het trapje. Het moet een bijzonder persoon zijn wiens as in het kistje zit en dat is het ook: een Spaanse geschiedkundige die z’n leven heeft gewijd aan het onderzoeken van… de Inca-cultuur. Inderdaad, deze man ligt in een kerk die gebouwd is bovenop de resten van de Inca-cultuur die de Spanjaarden met alle mogelijke middelen om zeep hebben proberen te helpen.
In de kathedraal zelf hangt nog zoiets eigenaardigs, een groot schilderij van Het Laatste Avondmaal. Het is een goed voorbeeld van de school van Cuzco, een mengeling tussen Europese en Peruaanse kunst. Jezus en zijn discipelen zitten rond een bord met daarop cuy, cavia, een traditioneel Inca-gerecht. Alle discipelen zijn bleek van kleur, behalve Judas. Hij heeft de huidskleur van een Inca. Dat zijn twee nogal uiteenlopende zienswijzen op de Inca’s in één en hetzelfde schilderij.




