Dinsdag 14 september 1999
Badplaats in aanbouw
In de bus naar La Paz zit ik naast een Zwitser. Hij heeft vier maanden in Peru rondgereisd en gaat nu twee maanden in Bolivia reizen. Het is een liefhebber van de eenzaamheid, hij reist alleen en mijdt de toeristische plaatsen. De bekende route langs de kust heeft hij dan ook links laten liggen, in plaats daarvan heeft hij in het bergachtige binnenland rondgetrokken. Hij heeft een grote zak met klimspullen bij zich en heeft diverse bergtoppen in Peru bedwongen. Ook de Misti, de bijna zesduizend meter hoge vulkaan vlakbij Arequipa waar de ijsmummies zijn gevonden. In één dag, heen en terug. Verder maakt hij meerdaagse wandeltochten, zo heeft hij vijf dagen in de Colca Canyon rondgetrokken.
Bij de grens moet de bus stoppen voor een ketting die over de weg hangt. Wij moeten de bus uit en lopend eerst naar het Peruaanse en daarna het Boliviaanse grenskantoortje. Het verloopt soepel, stempelen en klaar. Aan de Boliviaanse kant van de grens wachten we op de bus, die nog tussen twee kettingen in het niemandsland staat. Als de bus los mag, rijden we een kwartiertje tot we in Copacabana zijn voor de lunch. Het is een aangenaam plaatsje aan het Titicacameer met een heus strand, dat weliswaar niet door badgasten wordt bevolkt. Op het strand liggen wat bootjes en er grazen wat schapen. Ik ben benieuwd hoe Copacabana er over een paar jaar uitziet, er zijn een paar grote moderne hotels in aanbouw. Niet van die betonnen kolossen gelukkig, maar laagbouw in pastelkleur. Toch zijn ze omvangrijk genoeg om grote stromen toeristen aan te kunnen van het type dat niet rondtrekt maar drie weken in één hotel vertoeft.
Stad met tentakels
De bus stopt speciaal om foto’s van La Paz te kunnen maken. Vanaf de hooggelegen weg heb je uitzicht over de stad die het dal volledig vult en z’n tentakels uitslaat in de aangrenzende valleien. Ons hotel ligt midden in het oude centrum met smalle straatjes die steil omhoog en naar beneden lopen. Vlak lopende straten kan ik er niet ontdekken. Om de hoek eten we in een restaurantje dat er uit ziet als een antiekwinkel. De tafels en stoelen zijn antiek en de muren hangen vol oude klokken en schilderijen. Het eten smaakt er ouderwets lekker, sappig vlees met pepersaus, precies lang genoeg gekookte groenten en patatten die voor de verandering eens niet moddervet zijn. Het stamrestaurant in La Paz is gevonden.


