Colca Canyon tour – dag 1

Colca Canyon tour – dag 1
Donderdag 9 september 1999

Een hogere macht

Het busje rammelt de berg op. De weg is niet geplaveid, fijngemalen stenen, dat is de weg. We rijden door een uitgestrekt en desolaat berglandschap. Het verkeer dat we tijdens de rit tegenkomen is gemakkelijk te tellen. De omgeving ziet er woest uit, met alleen lage begroeiing van grassen, struiken en bijzonder mos, dat lijkt op gladde groene stenen. De berghellingen zijn bezaaid met kleine en grote puntige rotsen, die door een hogere macht lijken te zijn uitgestrooid. Rond de vierduizend meter hoogte zijn grote vlakten met vennetjes en stroompjes, waarop lama’s en alpaca’s grazen.

Mirador de Patahuasi, Peru
roofvogel onderweg naar Chivay, Peru

Tweeënveertighonderd meter. Langs de weg staat een gebouwtje, een soort wegrestaurant. Hier drinken we een grote mok mate de coca, thee getrokken van cocabladen. De bladen drijven onversneden in de thee, die smaakt naar spinazie. Coca-thee is goed voor van alles en nog wat, in dit geval ter voorkoming van hoogteziekte.

Achtenveertighonderd meter. Het hoogste punt dat we vandaag aan doen. We maken er zoals op wel meer plaatsen een gecombineerde foto- en plasstop. Op deze hoogte moeten we vooral rustig aan doen. Aan mijn ademhaling kan ik merken dat er weinig zuurstof in de lucht zit. Ik zoek een plekje om in alle rust te plassen. Dat vind ik, met uitzicht op de enorme leegte om me heen, besneeuwde bergtoppen in de verte en alleen het piepende geluid van mijn ademhaling.

grazende lama's en alpaca's op de hoogvlakte onderweg naar Chivay in Peru
nieuwsgierige lama langs de weg over de hoogvlakte naar Civay, Peru

Een bont gezelschap

In het busje zitten toeristen uit alle windstreken. Veel Nederlanders natuurlijk. Een stel uit Brabant, dat na twee weken reizen in Peru wat teleurgesteld is. Ze hebben veel voor hotels moeten betalen en pas tijdens dit bustochtje voor het eerst lekker gegeten. Daar kan ik me na een weekje Peru niets bij voorstellen. Een andere Nederlandse jongen is met z’n Zwitserse vriendin op reis. Hij is nogal fanatiek aan het fotograferen en filmen, met twee fototoestellen en een videocamera. Elke korte stop die we maken loopt uit op een lange stop omdat hij met z’n camera’s afdwaalt en kijkend door de lens alles om zich heen vergeet.

Achterin de bus zit de Spaans sprekende kliek, een Mexicaan, een Braziliaan en drie Spaanse meisjes. Eén van hen wordt al vrij snel getroffen door hoogteziekte. Bleek weggetrokken ligt ze in de bus en bij de stops wandelt ze ondersteund door twee anderen kort buiten rond. Ze krijgt vlugzout onder de neus geduwd en gaat op het hoogste punt even aan het zuurstof. De tourorganisatie is goed voorbereid op gevallen van hoogteziekte.

Nadrukkelijk aanwezig is Robert, Amerikaan uit Californië. Wat begint als een gesprek wordt al snel een monoloog. Robert heeft alles meegemaakt en weet alles beter. Als ter sprake komt dat hij voor ‘The Service’ heeft gewekt en ook in Vietnam heeft gediend, is hij niet meer te stoppen. De hele koude oorlog is de Sovjet-Unie gefinancierd door de Amerikaanse wapenindustrie. De oorlogen in Irak en Kosovo zijn verkeerd aangepakt door de Amerikanen, veel te week. Een flinke bom erop, zo zou Robert het hebben aangepakt. Dat heeft immers ook gewerkt bij Japan, in de Tweede Wereldoorlog.

De juf

Natuurlijk zit in het busje met toeristen ook een gids, een Peruaanse van achterin de twintig. Ze is modern gekleed in t-shirt, strakke jeans en gympen, maar heeft een authentiek Inca-gezicht. Hoge, scherpe jukbeenderen, een stralende brede lach en een betoverende haakneus. Judy heet ze, maar we noemen haar al snel de juf. Ze vertelt ontzettend veel, wil regelmatig weten of we nog vragen hebben, die er inderdaad opkomen naar aanleiding van haar enthousiaste verhalen. Ze is ook fel als de fotograaf voor de zoveelste keer op zich laat wachten terwijl een van de Spaanse meisjes ziek in de bus ligt. Bij de volgende stop zal ze hem aan de hand mee naar buiten nemen, stelt ze voor.

Tegen drieën zijn we in Chivay, een dorpje in het dal dat nog altijd op ruim zesendertighonderd meter hoogte ligt. Hier gaan we overnachten, morgen rijdt het busje verder. Maar eerst is het tijd voor een late lunch met vlees van lama en alpaca. In tegenstelling tot de cavia is deze lokale delicatesse wel aan te bevelen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *