Arequipa

Arequipa
Woensdag 8 september 1999

Gran problema

De nachtbus naar Arequipa valt me niet tegen. Tussen twaalf en drie slaap ik aan een stuk door en daarna doe ik nog wat hazenslaapjes. Een halfuur voor aankomst besluiten twee traditioneel geklede Peruaanse vrouwen nog een plas te doen op het toilet achterin de bus. Als ze teruglopen naar hun plaats laten ze een geurspoor van urine achter, door de hele bus. Tja, probeer met zoveel lagen rok maar eens zonder knoeien te plassen in een krap bustoiletje.

Het hotel verwelkomt ons met de mededeling dat er een gran problema is. Er is een congres van mijningenieurs en daardoor zijn er geen kamers voor ons vrij. Met wat vindingrijkheid blijkt het mee te vallen. We krijgen voorlopig een kamer waar we met z’n vijven in passen en later op de dag komen er andere kamers vrij. Met een douche en ontbijt komen we langzaam bij van de nachtelijke rit.

Plaza de Armas in Arequipa, Peru

Blauwe plunjezak

Joepie! Ik kan hier in Arequipa m’n rugzak van de luchthaven ophalen. Samen met Liesbeth rijd ik er in een taxi naartoe. Op het vliegveld staan palmbomen, op de achtergrond zijn machtige bergen te zien met sneeuw op de toppen. Arequipa ligt op 2300 meter, hoger dan de hoogste wintersportdorpjes in de Alpen. De pieken rondom Arequipa zijn tussen de vijf- en zesduizend meter hoog. Ik voel de ijle lucht in m’n neus.

We overhandigen het blauwe opsporingsbriefje aan een mevrouw bij de incheckbalie van de Peruaanse luchtvaartmaatschappij die mijn rugzak uit Lima heeft overgevlogen. Ze loopt naar achteren en komt terug met een enorme blauwe plunjezak. Hebben ze mijn rugzak daarin gestopt? De mevrouw vraagt of het mijn bagage is. Ik twijfel. De blauwe plunjezak is dichtgemaakt met een hangslot, maar die is doorgezaagd. Ringetje voor ringetje halen we door het slot om de tas open te mken. Er wordt een slaapmatje zichtbaar van ander materiaal dan de mijne. Als de tas helemaal open is, halen we het slaapmatje eruit. Bovenop ligt een pakje Drum shag, daaronder onbekende spullen. Het is de bagage van iemand anders.

Het opsporingsnummer komt wel overeen met dat op mijn blauwe briefje. De streepjescode van het bagagelabel is niet meer te achterhalen, die is vervangen door een nieuw label van de vlucht via Madrid en Bogotá naar Lima. Nog een geluk dat ik zojuist in het hotel m’n vuile kleding heb afgegeven om te laten wassen.

Noorderzon

Het klooster van Santa Catalina is een aaneenschakeling van prachtige doorkijkjes op kleine binnenplaatsen, smalle straatjes en zuilengalerijen. Muren in perzik- en azuurkleur, gedecoreerd met hier en daar een geranium. De nonnen die hier tot ruim een eeuw geleden woonden hadden het goed, ze kwamen uit rijke Europese families die het klooster royaal financierden. Bedienden en slaven zorgden ervoor dat de nonnen hier niets tekort kwamen, nou ja, bijna niets.

Ik ga in de schaduw van een perzikmuurtje zitten om een beetje weg te dromen. Het beetje schaduw dat er is, zal door de draaiing van de zon snel verdwijnen. Maar het omgekeerde blijkt het geval, ik zit in steeds meer schaduw. Ach natuurlijk, de zon gaat hier op het zuidelijk halfrond via het noorden van oost naar west en draait dus tegen de klok in. Morgen rond twaalven zal ik er eens op letten, dan staat hier de noorderzon.

binnenplaats in het Santa Catalina klooster in Arequipa, Peru
straatje in het Santa Catalina klooster in Arequipa, Peru
zuilengalerij in het Santa Catalina klooster in Arequipa, Peru

IJsmummies

In het universiteitsgebouw naast het klooster zijn mummies tentoongesteld die hoog in de bergen in de omgeving zijn gevonden. De mummies worden in glazen bakken koel gehouden, op een temperatuur van vijftien graden onder nul. Op het glas staan ijsbloemen. Ook potten, kleine poppetjes en kleding die bij de mummies zijn gevonden staan in de vitrines. Eén potje is dicht, er zit iets in, want het rammelt. Wat het is weet niemand.

De mummies zijn allemaal jonge kinderen. Ze zijn geofferd om de goden, de bergen waarop ze zijn gevonden, te bekoren. Het zijn vulkanische bergen die regelmatig donderden. Zo’n offerritueel is natuurlijk morbide, maar naar verluidt verliep die voor de slachtoffers in een roes. Ze stonden eerst in het centrum van de belangstelling tijdens een tocht langs allerlei dorpen. En bij de uiteindelijke fatale klap op het hoofd waren ze bedwelmd door de grote hoogte, cocabladeren en een verdovend drankje.

Cavia

Over morbide gesproken, vanavond eten we cuy, cavia. Vanmiddag al hebben we de bestelling doorgegeven bij het restaurant, zodat ze vers geslacht konden worden. Voordat de cavia’s op tafel komen moet er moed worden ingedronken met pisco sour, een sterke cocktail met citroen en geklopt eiwit. Elke cavia ligt plat op z’n buik op het bord, met een aardappel, een torentje rijst en salade van rode ui ernaast. De pootjes zijn naar buiten gericht, de bek wijd open. Aan de pootjes zijn de tenen en nagels nog goed te herkennen, in de bek zitten scherpe tandjes. Onder het vel zitten veel kleine botjes en ook ingewanden, veel vlees zit er niet aan. Het smaakt kippig.

een cavia als avondmaal

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *