Zaterdag 18 september 1999
Ziek
Om zes uur ontbijt ik met een half kopje mate de muña, geneeskrachtige kruidenthee. Dan de terreinauto in, terug richting Uyuni. De ochtend gaat volledig aan me voorbij. Lamlendig hobbel ik op de achterbank door verlaten land zonder er acht op te slaan. Af en toe open ik de ogen voor een slokje water of ontprikte cola. Tijdens de lunch ga ik naast de auto op een kleed in de zon liggen. Eten hoef ik niet, alleen ernaar kijken maakt me al misselijk. Bijna val ik echt in slaap, omdat de grond niet hobbelt. Vlak voor we weer vertrekken waag ik me aan een droog broodje. Tegen heug en meug spoel ik het met water weg. Hilda heeft als toetje bananen, laat ik daar nou toevallig wel zin in hebben.
Smokkelaars
Er stoppen drie witte Toyota’s en de bestuurder van de voorste auto stapt uit. Hij vraagt Marino hoe ze moeten rijden en hoever het nog is naar het volgende dorpje, ze hebben namelijk trek. Het stuur van de auto’s zit aan de verkeerde kant. De auto’s komen uit Japan, op de ruiten en het plaatwerk staan zinnen in Japans schrift. Ze zijn per boot in Chili aangekomen en worden nu door onherbergzaam gebied de grens tussen Chili en Bolivia over gesmokkeld. Gisteren kwamen we ook al een groepje smokkelauto’s tegen, één ervan zat vast in het mulle zand. De smokkelaars maanden ons te stoppen om de auto los te trekken, maar Marino reed ze straal voorbij, niet van plan medeplichtig te worden aan dergelijke praktijken. Nu wijst Marino dat ze altijd maar rechtdoor moeten en de smokkelaars vertrekken weer.
Later komen we ze weer tegen, met nog drie andere smokkelauto’s. Ze zijn gestopt bij een terreinauto. Marino stopt ook, hij kent de chauffeur van de terreinauto. Deze is zonder benzine komen te staan en staat hier zo al zes dagen. Marino heeft een slang in de auto liggen, stopt één kant ervan in de reservetank op het dak en hevelt zo vijf liter over in een jerrycan van de andere chauffeur. In colonne met de smokkelauto’s rijden we verder naar Uyuni. De auto’s zien er ondanks stof en zand als nieuw uit, toch zijn het modellen die al enige jaren uit productie zijn. Heel Bolivia weet van de smokkel, het gebeurt in zo grote getale en zo opzichtig dat er wel sprake moet zijn van steekpenningen. Om de schijn op te houden blijven de smokkelaars de risicovolle route over zandwegen volgen, in plaats van de hoofdweg tussen Chili en Bolivia.
Als een trein
Vlakbij Uyuni ligt de enige toeristische trekpleister die ik meekrijg vandaag. Het is een treinenkerkhof met volledig verroeste locomotieven en wagons aan de rand van de woestijn. Van het korte loopje beginnen mijn ingewanden te rommelen en weggedoken tussen de treinwagons laat ik m’n sporen achter tussen de rails.
In Uyuni slaap ik de hele avond in een hotelkamertje en ook in de nachttrein naar Oruro slaap ik. We zitten een klasse beter dan de heenreis op stoelen waarvan de leuning zelfs iets achterover kan. Bijna mis ik het gehobbel, zo comfortabel is de trein.



