Vrijdag 17 september 1999
Vulkanen en flamingo’s
De hele ochtend rijden we met de terreinauto door een prachtig verlaten landschap, een brede vallei tussen oude vulkanen. Slechts één ervan kunnen we nog op enige activiteit betrappen. Iets onder de top van de Volcán Ollagüe ontsnapt een klein pluimpje witte rook. In de vallei wemelt het van de uitgeharde lavastromen, oranjeroze van kleur. De rotsen hebben vreemde uitstulpingen, die door de ouderdom inmiddels rond zijn afgesleten.
Bij een stroompje water stoppen we voor de lunch. De grond is er pokdalig, met afwisselend mooie ronde vijvertjes van een flinke voet groot en graspollen van hetzelfde formaat. Op de kleinste plasjes water ligt een dun vliesje ijs. Er staan lama’s te grazen, het is niet helemaal duidelijk of ze opgeschrikt of nieuwsgierig zijn door ons bezoek. Op de achtergrond liggen uitgebluste zwarte vulkanen met een wit laagje sneeuw uitgestrooid over de toppen, waarin het zonlicht weerkaatst.
We rijden langs een aantal meertjes en stoppen bij Laguna Hedionda. Langs de rand liggen glinsterende witte eilandje in het water. Het is borax, een zoutachtig mineraal. Het meer staat vol flamingo’s, ze steltlopen niet ver van de rand van het meer waar wij staan. De flamingo’s zijn roze, natuurlijk zijn ze roze, maar toch ben ik verbaasd over hoe roze ze zijn. Het lijf heeft een babykamerkleurtje, de uiteinden van de vleugels zijn een stuk donkerder en neigen naar fuchsia. Wanneer we een groepje flamingo’s iets te dicht naderen, vliegen ze weg. Hun vleugels zijn vanonder helemaal zwart.
Landschap in fotonegatief
Het landschap wordt droger en op zeker moment rijden we over een grote zandvlakte omringd door bergen, de Desierto de Siloli. Ergens midden op de zandvlakte ligt een verzameling stenen, restanten lava die door erosie vreemde vormen hebben aangenomen. De bekendste is Árbol de Piedra, de boom van steen. En inderdaad, vanuit de juiste hoek doet de vorm wel wat denken aan een versteende boom.
De zon schijnt, maar de harde wind wint het van de zon. Het is steenkoud buiten de terreinauto. Een woestijn op 4500 meter hoogte, daar horen extreme weersomstandigheden bij.
We overnachten bij Laguna Colorada. Een dorp is er niet, alleen een paar barakken waarin toeristen kunnen overnachten. Dorpen zijn we na vertrek vanochtend uit San Juan überhaupt niet meer tegengekomen. Alleen nog spookdorpen, hooguit tien huisjes bij elkaar waarvan alleen de zandkleurige muren nog overeind staan. Het water van Laguna Colorada is rood. Van de algen. Met de zon in de rug is de kleur paarsig, de kleur van bietjes. Tegen de zon in kijkend is het meer diep oranjerood van kleur. Met de fonkelende witte rand van borax lijkt Laguna Colorada een enorm bord tomatensoep. Rond het bord liggen zwarte vulkanen en in de tomatensoep staan weer grote groepen flamingo’s. Het beeld van het landschap klopt, alleen de kleuren niet, zoals bij het negatief van een foto.
Nachtbraken
Een halfuur na het avondmaal van pollo con papas fritas, kip met friet, gaat de verlichting van de barakken uit. Er is hier verder toch niets te doen en morgen moeten we al om zes uur naast bed staan voor vertrek. Het is steenkoud en ik lig misselijk in bed. Op badslippers schuifel ik naar de gezamenlijke toiletruimte aan het einde van de gang. Er zijn twee toiletten, kleine potten zonder bril met een plastic mandje ernaast voor het gebruikte toiletpapier. Nergens in Peru of Bolivia mag je gebruikt papier in het toilet gooien, daar raken de dunne leidingen van verstopt. Ik ga zitten en ben duidelijk niet verstopt. Diarree. Het lucht enigszins op. Met een opengesneden tankje schep ik water uit de grote ton naast de twee toiletten en spoel het toilet ermee door.
Het aantal keren dat ik die nacht naar het toilet moet, is niet bij te houden. Al snel is de ton water om mee door te spoelen leeg. Vertwijfeld slik ik acht pilletjes norit en drink slokjes water met ORS. Van dat laatste wordt ik nog misselijker dan ik al ben. Door de koude gang ren ik zo snel als het donker toelaat naar het toilet om over te geven. Met de billen angstvallig samengeknepen.









