Woensdag 19 juni 2002
Bij Marisela aan de keukentafel
Na de privéles van gisteren heb ik vandaag samen les met Gaytrie. We lopen naar het huis van onze lerares, Marisela, de moeder van Gerardo. Het is zo’n tien minuten lopen naar haar huis in Centro Habana. We wandelen aan de schaduwkant van de straat omdat het ook tegen negen uur ’s ochtends al plakkerig warm is. Nu en dan pakken we een stukje fel zonlicht mee bij het oversteken van een straat of het omzeilen van een container dampend afval.
Bij het huis van Marisela bellen we aan en op het balkon boven ons verschijnt Gerardo. In een oud sigarettendoosje gooit hij de sleutel van de voordeur naar beneden. Enigszins op de tast lopen we door het donkere trappenhuis naar de tweede verdieping, waar Gerardo ons in de deuropening begroet. Eigenlijk laat Gerardo ons weer naar buiten, want de gang van de woning is een open galerij boven de binnenplaats waaraan de deuren liggen die toegang geven tot de verschillende vertrekken. De galerij staat vol bloemen en planten, die bij een regenbui natuurlijk bewaterd worden.
We hebben les in de achterkamer, aan de eettafel. Een ventilator in de hoek van de kamer blaast een lauwe wind over de tafel. Marisela heeft een flinke stapel lesboeken waaruit ze ons afwisselend lesgeeft. Ook zij geeft haar lessen volledig in het Spaans, in tegenstelling tot Gerardo spreekt ze zelfs geen Engels. Het bevalt prima om met z’n tweeën les te krijgen. Je kunt af en toe de concentratie even laten verslappen en leert ook van wat de ander goed en fout doet. De lessen uit de boeken worden afgewisseld met gezellig geklets, waarbij handen en voeten ons gebrek aan woordenschat redelijk kunnen compenseren. Teckel Miró ligt beurtelings aan onze voeten en op de buitenplaats, waar hij de volle zon opzoekt. De twee bloedmooie dochters van Marisela drentelen nu en dan door de kamer. Ze wassen kleding in de betonnen wasbak op de buitenplaats, treffen voorbereidingen voor het avondeten of kijken tv in de aangrenzende slaapkamer. Halverwege de les hebben we pauze. Gerardo komt er ook bij, samen met Sugi, een Koreaans meisje aan wie hij in de voorkamer les geeft. Kalmpjes wiegend in de vier houten schommelstoelen die rond een televisietoestel naast de eettafel staan, drinken we een kopje sterke koffie en eten een zelfgebakken bladerdeegkoekje met guavevulling.
Dandy
’s Middags wandel ik met Gaytrie en Pieter door de oude stad. Op het heetst van de dag vertonen maar weinig Cubanen zich op straat. Op de Obispo kopen we bij een groezelig stalletje voor één peso een heerlijk softijsje, chocolade- en cocossmaak. We slenteren naar Plaza Vieja, waar een voorstelling wordt gegeven door kinderen van een jaar of tien. Er wordt gezongen over Fidel die verkouden is (hatsjie!), een ballerina verzorgt een stukje ballet en een meisje draagt een patriottische tekst voor door de krakende microfoon
Rond vijf uur wordt het levendiger op straat. Van een vrouw die met fruit op schoot op de stoeprand zit, kopen we een tros mamoncillos. Het eten van de kleine ronde vruchten is een intensieve bezigheid. Je bijt het harde schilletje doormidden, wipt met je lippen de vrucht uit de schil in je mond en schraapt het taaie vruchtvlees van de pit door de vrucht met je tong langs je voortanden te rollen. Zo ongeveer.
Op het Plaza de la Cathedral maken we een praatje met een keurig, enigszins ouderwets geklede oude man. Hij draagt een rafelig bruin colbert van goedkope stof, met een zwarte vlinderdas en een zwart pochet, heeft een gleufhoed op en leunt op een houten wandelstok. Het is een interessante man en we vragen hem om met ons een mojito op het terras te drinken. Hij is eenentachtig jaar, gepensioneerd percussionist en wordt vanwege zijn levensstijl door iedereen Dandy genoemd. Hij maakt zijn naam waar door uitbundig met Gaytrie te flirten. Met kleine pretoogjes in zijn donkere, verweerde gezicht vertelt hij hoe hij haar zou meenemen langs alle prachtige plekken op Cuba, haar daarna naar zijn huis zou rijden om eten voor haar klaar te maken, een fijne sigaar te roken, oude rum te drinken, te slapen. Tijdens het vertellen bungelt een halve, niet brandende sigaar tussen zijn vingers. Af en toe zuigt hij door het rietje aan zijn mojito. Die is pas op als hij ook alle muntblaadjes uit het glas heeft opgegeten.
Afdingen
Voor de weg terug naar huis proberen we bij de standplaats in buurt van het plein af te dingen op de prijs voor een taxi. Maar de prijs die de eerste taxichauffeur noemt, vier dollar, gonst voor ons uit over het plein en wordt solidair door alle taxichauffeurs overgenomen. Een jongen op een cocotaxi, een gemotoriseerde riksja in de vorm van een opengevouwen gele sinaasappelschil, rijdt rondjes over het plein en roept ons telkens in het voorbijgaan zijn prijs. Vier dollar. Na drie rondjes vrolijk zwaaien negeren Pieter en ik hem, maar Gaytrie doet nog een poging tot onderhandelen. Hoe ze het doet is ons een raadsel, maar ze gebaart ons om te in te stappen want ze heeft een goede prijs bedongen. Met z’n drieën passen we eigenlijk net niet naast elkaar op de twee zitjes achter de bestuurder. Knetterend rijden we de boulevard op. Nieuwsgierig vragen we welke prijs Gaytrie heeft bedongen. Drie dollar en twintig pesos. Als wij haar glazig aankijken, beseft ze ineens dat het bijna hetzelfde is als vier dollar. Ze buldert het uit, de jongen aan het stuur gniffelt mee. De cocotaxi schudt van de pret, de hele weg naar huis.



