Zondag 16 juni 2002
Voor een stad van meer dan twee miljoen inwoners is Havana opvallend donker. De rustige tweebaansweg van het vliegveld richting centrum wordt alleen verlicht door de lampen van het autoverkeer. Door de ruiten van de taxi is langs de weg niet veel meer te onderscheiden dan de contouren van koningspalmen en hoekige gebouwen, die schaars zijn gedrapeerd met zachte lichtpuntjes. Naast me op de achterbank zit Berry, die net als ik een maand Spaans komt leren hier in Havana. Op Schiphol was hij me al opgevallen vanwege het StudyTravel labeltje aan zijn rugzak. In Madrid had ik hem weer zien lopen, terwijl ik de WK voetbalwedstrijd tussen Spanje en Ierland bekeek op een televisietoestel in de vertrekhal. Spanje won na een zenuwslopende strafschoppenserie, tot luide tevredenheid van het overgrote deel van de wachtende vliegtuigpassagiers. Toen ik hem na de douanecontrole op de luchthaven van Havana opnieuw zag, was er geen twijfel meer mogelijk dat hij onderweg was naar hetzelfde adres als ik, aan de Avenida Universidad in de wijk Vedado. Tijdens de taxirit vertelt Berry me dat het zijn hobby is om talen te leren. Vorig jaar is hij een maand naar Zweden geweest om Zweedse lessen te volgen en nu dus Spaans, na ook getwijfeld te hebben over Portugees. Thuis heeft hij door zelfstudie al de nodige basiskennis opgedaan.
De taxi stopt achter een langs de stoep geparkeerde Amerikaanse klassieker uit de jaren vijftig. Het is de enige auto die in het schuin omhoog lopende straatje staat geparkeerd. Links van de straat liggen de gebouwen en tuinen van het statige universiteitscomplex, rechts staan aaneengesloten panden in koloniale stijl. Aan het gebouw waar we moeten zijn hangt een bescheiden uithangbord met kleurige neonreclame voor een paladar, een particulier restaurant. Beladen met koffers en rugzakken lopen we de natuurstenen trap op en bellen aan op de eerste verdieping. Een vrouw laat ons binnen in de kleine, keurige woonkamer direct achter de voordeur. Een donkerrode driezitsbank, twee bijpassende fauteuils en een wandkast van fineerhout vol foto’s en prullaria passen precies in de ruimte. Rechts van de voordeur zijn hoge openslaande deuren naar het balkon aan de voorkant van het huis, ze staan wijd open. Een echt Cubaans balkon, waarop je heerlijk hangend voor je uit kunt staren of de taferelen op straat kunt observeren. De vrouw loopt voor ons uit, de lange gang in naar de achterkant van het huis, en wijst Berry en mij er ieder een slaapkamer aan. Ik vermoed dat het een kamer is voor één nacht, omdat we laat zijn aangekomen, en morgen naar onze gastgezinnen zullen worden gebracht.

