Zaterdag 22 juni 2002
Min of meer legaal
Onelio heeft wel iets weg van een godfather. Kleinschalig en geweldloos voor zover ik kan beoordelen, maar desalniettemin een heuse godfather. Hij is degene die bepaalt waar de studenten worden ondergebracht, wie de studenten les gaan geven en hij regelt de salsalessen. Tegen een geringe commissie bepaalt hij zo waar onze felbegeerde dollars naartoe vloeien. Het is gissen in hoeverre de verdiensten van eenieder legaal zijn. De mensen die een kamer verhuren hebben daarvoor in ieder geval een vergunning. De kamer moet minimaal de helft van de maand worden verhuurd om de maandelijkse kosten die aan de staat zijn betaald – in dollars uiteraard – terug te verdienen.
De wettige status van de Spaanse lessen is vager en er zijn gronden om aan te nemen dat de staat niet meedeelt in de verdiensten hiervan. In de papieren die ik voor vertrek van de reisorganisatie in Nederland kreeg, stond de instructie om me bij de douane als toerist te voor te doen en geen melding te maken van de Spaanse lessen. Onelio heeft ons een aantal malen benadrukt om dit tijdens ons verblijf op Cuba te blijven doen. Naar zijn zeggen heeft het te maken met het type visum waarop we in het land verblijven. Verder is het gebruikelijk dat de docenten naar een van de logeeradressen komen om les te geven. De lessen bij Marisela thuis zijn hierop een uitzondering.
De dollars die Onelio voor zijn bemiddeling verlangt, lijken me zonder meer clandestien. Op een of andere manier verkeert Onelio in de positie dat hij zich het kan veroorloven. Niemand beklaagt zich erover, uit angst om broodnodige inkomsten te verliezen en omdat men blijkbaar weet dat Onelio door niemand zal worden aangepakt. Onelio is immers een godfather.
In volle vaart naar Las Terrazas
Voor vandaag heeft Onelio geregeld dat we – conform markttarief – een uitstapje kunnen maken naar Las Terrazas, in de heuvels ten westen van Havana. De roomwitte Studebaker met raketneus van Onelio jr. en de uit de jaren tachtig stammende Mercedes van zijn vriend Alberto razen over de autosnelweg in de richting van Pinar del Río. Gelukkig rijden ze continu op de meest linker van drie banen, op enige afstand van de geiten en de koe die aangelijnd langs de snelweg worden meegevoerd, de spookrijdende fietser op de rechterbaan en de stilgevallen open truck waar passagiers rondom zwermen, terwijl de reusachtige achterband wordt gewisseld. Alleen bij de politieposten langs de weg gaan Onelio jr. en Alberto in de remmen om met een schijnheilig gangetje van vijftig of zestig kilometer per uur voorbij te tuffen.
We slaan van de snelweg af, een kronkelige asfaltweg de heuvels in. Het gas blijft stevig ingetrapt, de onoverzichtelijke bochten vormen een nieuwe uitdaging voor de jongens. De eerste stop maken we bij een punt waar je uitzicht hebt op zowel de noord- als zuidkust van Cuba, tenminste, wanneer de lucht iets helderder zou zijn dan vandaag. Iets verderop liggen de overblijfselen van een oude koffieplantage; terrassen waarop de geplukte bonen konden drogen en een maalinrichting die door slaven werd voortgeduwd. De volgende stop is bij een lieflijk meertje met verlaten vakantiehuisjes, verlaten roeiboten en waterfietsen en een cafetaria waar het personeel voor ons in de benen moet komen. Tenslotte houden we nog halt bij een hacienda met een papegaai op de veranda en een gevarieerde tuin. Ik struin een stukje door de tuin, maar daar gaat de claxon van Onelio jr., we moeten verder.
Duiken door de waterval
De hele middag verpozen we bij een serie watervalletjes in een kleine rivier, tussen alleen maar Cubanen. Met hele families zijn ze hier naartoe gekomen om te zwemmen, te spelen en te luieren. In de schaduw ligt op een barbecue een complete varkenspoot gaar te roosteren, om het dagje uit mee af te sluiten. Wij snijden schijven van de ananassen die Alberto heeft gekocht van een boer die we onderweg op zijn paardenkar tegenkwamen. Eindeloos kan ik in het warme water vertoeven. Er zijn gladde rotsen vlak onder de waterspiegel waarop je kunt liggen. Rond de plaatsen waar de watervalletjes neerkletteren waan je je in een bubbelbad. Samen met Michelle kruip ik achter de grootste waterval, waar je op een uitstekend stuk rots achter het watergordijn kunt zitten. Wanneer je gehurkt op de rots gaat zitten en je afzet, duik je zo vanuit de waterval weer tevoorschijn. In de bovenloop van de rivier kun je je in de wirwar van stroompjes tussen de rotsen door laten drijven. Langs de oevers dobber je tussen subtropische hangplanten door, die boven het wateroppervlak bungelen. Bij de watervallen aanbeland kun je een paar meter naar beneden springen, of duiken, als je durft.
Weer in Havana is de straat bij Onelio’s huis afgesloten. We worden bij de wegafzetting afgezet om het laatste stukje te lopen. Overal staan politieagenten. Ze zien er ontspannen uit, maar houden me gedecideerd tegen wanneer ik met mijn dagboekje op mijn favoriete plek in de tuin van de universiteit wil gaan zitten. Er wordt een rondetafelconferentie gehouden in de rechtenfaculteit en Fidel is erbij aanwezig. Ik wijk uit naar een bank op het plein tegenover de universiteit. Het is behelpen, tussen de uitlaatgassen van het langssputterende verkeer. Gelukkig is de zon inmiddels weg, zodat ik geen last heb van het gebrek aan schaduw. Op het plaveisel maken twee jongetjes een krijttekening. Het wordt een eiland met een palmboom, een auto en een huis erop en een boot die voorbijvaart. Op het eiland komt ook een vlag te staan. De Cubaanse, dat spreekt voor zich.





