Vrijdag 21 juni 2002
Alleen Berry, Michelle en ik gaan nog naar de salsales. Diana zag na de eerst les in dat het niets voor haar was. Pieter en Gaytrie waren niet te spreken over de didactische kwaliteiten van Vilma en hebben besloten om vandaag ook niet meer te komen. Ze hebben wel een punt. Vilma doet de bewegingen prachtig voor, maar begrijpt niet dat het voor ons heel langzaam en duidelijk moet. Als we haar na vijf minuten proberen nog niet feilloos kunnen nadoen, geeft ze ongeduldig op en stapt over op een andere dansbeweging. Nu het groepje kleiner is, lijken de instructies van Vilma zowaar beter te beklijven. Ze blijft van de ene danspas naar de andere zappen, maar heeft nu het overzicht om af en toe ook persoonlijke aanwijzingen te geven. Na de les blijven we cd’s luisteren die Vilma bij zich heeft en vragen naar haar favorieten. Via een vriend van haar wil ze wel kopieën voor ons laten maken.
Voor het eerst lukt het om voor tien pesos een colectivo te nemen. Een belangrijke stap voorwaarts in onze inburgering in Havana. Bij eerdere pogingen waren volle taxi’s voorbijgereden en hadden lege taxi’s het toeristentarief gevraagd. Ik probeerde alleen nog taxi’s aan te houden waar al passagiers in zaten en ditmaal stopt er eindelijk een colectivo voor Berry, Michelle en mij. Mijn ‘Hasta Capitolio’ wordt door de chauffeur beantwoord met een korte knik. We mogen instappen. Onderhandelen over de prijs is overbodig, door de aanwezigheid van andere passagiers is het duidelijk dat we tien pesos per persoon moeten betalen.
Vanaf het Capitolio lopen we de Chinese wijk in. Het is dat het in de reisgids staat, anders was het ons niet opgevallen. Er hangen geen Chinese ornamenten aan de gebouwen en er lopen net zo weinig Chinezen over straat als in de rest van Havana. Of het moeten halfbloed-Chinezen zijn die ons niet opvallen in de Cubaanse smeltkroes. Achter de vervallen muren van de koloniale gebouwen gaan desalniettemin Chinese restaurants schuil. Ze zijn alleen herkenbaar aan de mannetjes die met een menukaart voor de deur staan. We hebben al trek sinds het begin van de salsales en gaan een restaurant binnen. Het is een grote koele ruimte op de eerste verdieping, vol lege tafeltjes. De gerechten kosten er een paar dollar en smaken voortreffelijk. De kip in zoetzure saus en Chinese groenten in sojasaus zijn een papilprikkelende afwisseling in het voornamelijk vette en flauwe Cubaanse voedselpalet.
’s Avonds zoeken we met een groepje een bar op loopafstand van het huis van Onelio en belanden in El Conejito, het konijntje. Het is er rustig. In een hoek van de bar hangt een tv waarop een voetbalwedstrijd van het WK wordt uitgezonden. Rond half tien beginnen er jonge vrouwen binnen te druppelen, alleen of met z’n tweeën en stuk voor stuk dressed to impress. Ze komen wat drinken, maar lijken ook op iets te wachten. Op het moment dat wij onze rekening betalen gaat de tv uit, wordt de ruimte verduisterd en gaat de muziek op hard. Buitengekomen zien we hoe de eerste klanten arriveren, mannelijke toeristen die door Cubanen hier naartoe zijn geleid om voor vanavond hun keuze te maken.



