Zaterdag 29 juni 2002
Plaza Mayor
In een toeristenstadje doe je toeristendingetjes. Rustig aan ontbijten met veel tropisch fruit, gezeten tussen het tropisch groen op de binnenplaats van ons koloniale huis. Slenteren over de kinderkopjes van het ene kraampje met kanten lakens en gehaakte kleedjes naar het andere kraampje met houtgesneden instrumenten en blikgeknipte autootjes. Er is natuurlijk ook aandacht voor de lokale geschiedenis. We bezoeken het Museo Romántico, een voormalig herenhuis van een familie van suikermagnaten. Een gids van het museum leidt ons langs de met porselein en kristal gedekte tafel in de eetkamer, een massief marmeren bad en een hardhouten toilet, slaapkamers met zuurstokkleurige lambrisering en het pronkstuk van de collectie, een minutieus beschilderd Oostenrijks kabinet. De Spaanse uitleg van onze gids is onderhoudend en ze checkt regelmatig of we haar nog een beetje kunnen volgen.
Op ons gemak verkennen we de verdere omgeving van het Plaza Mayor. We beklimmen het snoezige torentje van het Convento de San Francisco de Asís, het beeldmerk van Trinidad. Voorzichtig steken we onze neus om de deur van een huis dat is ingericht als santería-tempeltje. Achterin de kamer staat een levensgroot beeld van een heilige met de voeten in de offers die hem zijn gebracht, voornamelijk kruidenstruiken. Als we willen, kunnen we de priester consulteren. We moeten dan kruiden en rum meebrengen en moeten rekenen op een enkele uren durende sessie. We gaan vanmiddag liever naar het strand.
Playa Ancón
Een vriendelijk kletsende taxichauffeur brengt ons naar Playa Ancón, een minuut of twintig rijden van Trinidad. Daar gaan we eerst naar het terras van het resort en bestellen pizza’s voor een late lunch. Michelle heeft de grootste trek en moet het langst op haar eten wachten. Als onze borden leeg en alweer afgeruimd zijn, krijgt zij eindelijk haar vegetarische pizza geserveerd. Haar blijdschap dat de pizza er eindelijk is, slaat om in teleurstelling wanneer de ober het bord voor haar neerzet. Behalve kaas en tomatensaus zijn er aardappelblokjes en een blik doperwten en wortelen op de pizzabodem uitgestort.
Het is uiteindelijk vijf uur als we neervlijen in het witte zand. Berry valt, nog geheel aangekleed, op een strandstoel in slaap. Diana blijft met haar bijna doorzichtig bleke Engelse huid in de schaduw van een parasol. Michelle en ik gaan het warme zeewater in. Om half zeven staat de taxichauffeur alweer klaar om ons terug naar Trinidad te brengen. Hij had ons aangeraden niet langer te blijven, vanwege de muggen die aan het einde van de dag het strand komen bevolken. Graag hadden we nog wat langer liggen opdrogen in de draaglijke zon en de aangename zeebries.
Cowboycarnaval
Precies het weekend dat wij in Trinidad zijn wordt het jaarlijkse lokale carnaval gevierd, de Fiestas Sanjuaneras. Uit de wijde omtrek zijn de guajiros, de cowboyboeren, naar het stadje gekomen en rijden al de hele dag te paard door de straten. In één hand hebben ze de teugels vast, in de andere hand een grote tinnen of plastic beker met bier. Zodra die leeg is, wordt de beker weer bijgevuld uit een van de vele morsige biertanks. Het feest concentreert zich rond het Parque Céspedes. Er staan rijen kraampjes waar snoepgoed en onbetrouwbare etenswaren worden verkocht. Voor de kinderen staat er een minireuzenrad, is er een skelterbaan en rijdt een kindertreintje rondjes om het park.
De feestavond is totaal anders dan we ons hadden voorgesteld. Nergens is een swingende salsaband met gitaar en contrabas. Nergens spetterende danseressen die zich de borsten en billen van het lijf schudden. De muziekcafés in Trinidad waar dit normaal gesproken te vinden is zijn wel geopend, maar er is niemand te bekennen. Zelfs geen toeristen. Uiteindelijk belanden we ergens op een terras tussen de eetkraampjes, met op de achtergrond mechanische muziek.






